- 7 juli > 21 oktober 2012Pieter De Bruyne (1931-1987)Pionier van het postmoderneIn 1953 studeerde De Bruyne af als binnenhuisarchitect aan Sint-Lucas Gent. In 1955, 1956 en 1957 nam hij deel aan de Salons van het Moderne Sociale Meubel in Gent. In 1958 ontving hij het Gouden Kenteken. Tijdens de Internationale Meubelwedstrijd van Cantu (Italië) kreeg hij internationaal erkenning. Het vroege werk wordt voornamelijk getypeerd door de overtuiging dat meubels, naast het hebben van esthetische waarde, tevens verkoopbaar moeten zijn en dus door iedereen moeten kunnen aangekocht worden. Tijdens de tweede helft van de jaren 1970 stelde het Belgische design niet echt veel meer voor. Er was nauwelijks nog een industrie. De meubelfabrikanten die bleven vasthangen aan het functionalisme gingen failliet. Gelukkig bevestigen uitzonderingen de regel. Pieter De Bruyne was er zo een. Hij werkte toen niet meer voor de industrie, maar ontwierp unieke stukken voor opdrachtgevers. Het zijn echte mijlpalen. Hij mag terecht een postmodernist avant la lettre genoemd worden.
Design museum Gent
Jan Breydelstraat 5
Gent 9000
www.designmuseumgent.be
De postmoderne ontwerpen clashen behoorlijk met onze hedendaagse esthetische gevoeligheden
'De postmoderne mens zal altijd een twijfelaar zijn, de postmoderne kunstenaar nog meer,' lazen we ooit in een museumcatalogus. Alle gangbare vormen dienen in vraag gesteld, heden en verleden worden schaamteloos op een hoop gesmeten. Ook in de designwereld werd er gevochten tegen de grondregels van het modernisme. Individuele creatieve expressie moest de voorrang krijgen. Groepen als Memphis lieten zich inspireren door art-deco, Hollywood-kitsch, het oude Egypte, de 50s en 60s, de pop-art... Las Vegas meets Versailles: de beroemde uitspraak van de Amerikaanse architect Robert Venturi.
Een echte postmodernistische designstroming kende België nooit. Maar we hadden wel een 'pionier van het postmodernisme': de jong gestorven ontwerpen Pieter de Bruyne, die vanuit zijn woonplaats Aalst bijzonder eigenzinnig en vooral in de creatie van zijn meubels een artistieke zoektocht ondernam.
In de beginperiode van zijn carrière was de Bruyne, zoals wel meer jonge wolven, in zekere zin nog een idealist te noemen: de zoektocht ging uit naar het 'perfecte' sociaal meubel, een 'volksmeubel' dat vooral functioneel kon ingezet worden. Maar massaproductie gaat hem om diverse redenen niet zo goed af. In zijn latere jaren evolueert hij naar het ontwerp van unieke, meer arty stukken en behoorlijk wat postmodernistische spielereien. En zo komen we tot zijn beroemde Chantilly-kast: een grote zwartgelakte kast met de identieke afmetingen van het 18e-eeuwse Franse meubel uit het Musée Condé in Chantilly, doorsneden met een witte en blauwe band, en met in de linkerbovenhoek een 'fragment' van het authentieke meubel in ebbenhout met vergulde versiering. Postmodernistisch voor het postmodernisme goed en wel van start was gegaan, want de kast dateert uit 1975. Het oude Egypte komt ook vaak terug - de Bruyne was namelijk gefascineerd door de Egyptische symboliek en verhoudingenleer.
De confrontatie met het werk van de Bruyne is schrikken. Een Nederlande dame stormt vlak voor onze neus richting exit, luidkeels Lelijk! Kitsch! 80s rommel! roepend. Zijn meest 'postmoderne' ontwerpen, inclusief tierlantijntjes in bladergoud, bizarre vormen en knallerig kleurgebruik, clashen behoorlijk met onze hedendaagse esthetische gevoeligheden. Het had allemaal zo in het interieur van Patrick Bateman uit American Psycho gepast. Maar wat 'in' is kan natuurlijk pijlsnel veranderen en bovendien doet dat niets af aan het cultuurhistorisch belang van een figuur als de Bruyne in het Belgische design.
resto |
film |
agenda |
shopping |
zoekertjes |
zone02/ |
zone03/ |
zone09/ |
zone / magazines |
sitemap